U bent hier

zondag 10 februari 2019

In dit bericht aandacht voor de regenval van vandaag die een klein hoogwatergolfje oplevert in de Maas; de Rijn ontvangt minder water en blijft wat achter. Na de regenval kunnen we ons opmaken voor een lange droge en ook warme periode, met langdurig dalende waterstanden. Het voorjaar begint vroeg dit jaar. Na de weer- en waterverwachting als speciaal onderwerp de versnelde zeespiegelstijging, die nu toch wel echt begonnen lijkt te zijn.

Natte zondag, daarna langdurig droog weer

De afgelopen week hadden we te maken met een westelijke circulatie en trokken er meerdere regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan naar West en Noord Europa. Heel ver drongen de regengebieden het Europese vasteland niet op, maar Nederland mocht nog aardig wat water ontvangen en tot vanmorgen toe was er in midden Nederland al bijna 4 cm regen gevallen, ruim de helft van wat er in heel februari valt. 

In het Zuidoosten van Nederland viel de afgelopen week duidelijk minder neerslag; ca 1,5 cm. Limburg profiteerde namelijk van de hoge druk boven Centraal Europa, die de Atlantische neerslag op afstand hield. Ook in het stroomgebied van de Maas en de Rijn viel de afgelopen week niet veel regen en de afvoeren daalden daarom langzaam.

Vandaag verandert dat allemaal want er trekt een erg actief regengebiedje over Noord Frankrijk, de Benelux en de noordelijke helft van Duitsland naar het oosten. Vooral de Maas krijgt veel water te verwerken en die zal in de loop van vandaag stijgen naar de hoogste afvoer van dit winterseizoen. Bij de Rijn valt het allemaal mee omdat voor de zuidelijke helft van Duitsland niet heel neerslag wordt verwacht 

De regenval van vandaag, en nog een klein beetje op maandag, is meteen de laatste voor een lange tijd. De neerslagpluim voor de komende 14 dagen geeft vanaf dinsdag vrijwel geen regen meer. Het is opvallend hoe makkelijk het hoge drukgebied, dat doorgaans bij de Azoren ligt, zich weer voor lange tijd over Europa kan uitbreiden en de Atlantische Oceaan weer op slot kan zetten. Het lijkt wel wat op het weerpatroon van vorige zomer, toen dit hoge drukgebied het weer in een groot deel van Europa gedurende bijna 5 maanden bepaalde. Het is nu nog te vroeg om hier al een zomerverwachting voor 2019 aan te ontlenen, maar het is wel duidelijk dat de langdurig droge weerpatronen zich nog steeds makkelijk weten te settelen boven Europa.

Maas stijgt naar hoogste afvoer van dit winterseizoen

Het actieve lage drukgebied met veel neerslag trekt vandaag precies over de Ardennen en zorgt daar voor een flinke plens regen. Er wordt 3 tot 4 cm verwacht. Dat is voldoende voor een snelle stijging van de Maasafvoer. Maandag valt er nog een klein beetje regen, maar dat heeft weinig invloed meer op de afvoer en omdat het daarna langdurig droog wordt, blijft het bij een eenmalige hoogwatergolf. 

Vorige week schreef ik nog over de sneeuw in de Ardennen, die de piek mogelijk nog wat extra hoogte zou kunnen geven. Dat zal echter niet gebeuren, omdat de meeste sneeuw de afgelopen week al weggesmolten is bij de eerdere, kleinere regenzones die over zijn getrokken.

De piek verwacht ik morgen bij Maastricht, met een afvoer rond 1250 m3/s. Dit is de hoogste afvoer tot nu toe deze winter, want bij eerdere golfjes kwam het niet boven de 750 m3/s. Een afvoer van 1250 m3/s is niet heel bijzonder en komt gemiddeld iedere winter één of twee keer voor. Deze waarde ligt ook nog onder de gemiddelde maximumafvoer van de winter, die bedraagt 1440 m3/s. 

De hoogwatergolf zal in ca 3 dagen door de Maas naar het noorden bewegen en komt dan op donderdag in het Haringvliet aan, waar het water naar zee wordt afgevoerd. Ook in Zuid Nederland valt vandaag flink wat regen en de beken die in Limburg in de Maas uitstromen, dit zijn er circa 100, zullen vandaag en morgen ook flink wat water aanvoeren. Toch zorgt dat er niet voor de hoogwatergolf nog hoger wordt. De golf die vandaag bij Zuid Limburg arriveert is namelijk vrij steil, dat betekent dat hij in korte tijd snel stijgt en in de dagen hierna ook weer snel daalt. 

Zo’n steile piek zakt onderweg naar het noorden langzaam in. Onderweg overstromen namelijk uiterwaarden, waar water voor nodig is, en liggen ook de Maasplassen waar veel water in geborgen wordt. Zo verliest de piek onderweg aardig wat water en de top zakt dan in, zodat de hoogste afvoer verder stroomafwaarts steeds lager wordt. De grote aanvoer vanuit de zijbeken zal er wel voor zorgen dat die daling weer ongeveer opgeheven wordt en dat de piek dit keer tot aan het Haringvliet ongeveer op hoogte blijft.

Na vandaag wordt het langdurig droog in het stroomgebied van de Maas en de afvoer zal vanaf dinsdag weer snel verminderen. Aan het eind van de week verwacht ik bij Maastricht een afvoer van ca 750 m3/s en na het komend weekend zet de daling door naar 500 m3/s of lager.

De kans dat er later dit seizoen nog een groter hoogwater komt in de Maas is niet zo groot meer. Als het nu 2 weken bijna droog blijft, is het al eind februari en dat is al zo’n beetje het einde van het hoogwaterseizoen in de Maas. Bij de Maas vallen verreweg de meeste hoogwatergolven in een relatief korte periode tussen half december en half februari. Zo is de afvoer in maart in de Maas sinds 1911 maar 5 keer boven de 1500 m3/s gestegen, terwijl dat in januari 21 keer was en in februari 10.  

Rijn stijgt deze week ca 2 meter  

In het stroomgebied van de Rijn viel de afgelopen week niet veel neerslag en de waterstand bij Lobith daalde de hele week langzaam tot circa 9 m +NAP op dit moment. Daar hoort een afvoer bij van 2000 m3/s. Dit is ruim onder de normale hoeveelheid, die voor deze tijd van het jaar 2800 m3/s bedraagt. De komende dagen gaat de afvoer wel stijgen en komen we tijdelijk weer boven het langjarig gemiddelde.

De regenzone die vandaag overtrekt brengt in midden en noord Duitsland ook veel regen. Met name hogerop in de Eifel en het Sauerland ligt ook nog een aardig laagje sneeuw en dat zal als gevolg van de regen en de hoge temperaturen snel gaan smelten. De noordelijke zijrivieren van de Rijn, zoals de Moezel, Lahn, Sieg en Ruhr zullen daarom flink stijgen en dat levert een kleine hoogwatergolf op in de Rijn stroomafwaarts van Koblenz.

In het zuiden van Duitsland en de Alpen wordt minder regen verwacht en de bijdrage aan de hoogwatergolf vanuit deze gebieden, waar de Neckar, Main en Bovenrijn hun water uit ontvangen, is daarom beperkt.

Vandaag later op de dag zal de afvoer bij Lobith al wat gaan stijgen naar ca 9,2 m op maandagochtend. Maandag gedurende de dag komt dan het water uit de Ruhr aan en gaat de stand naar ca 9,7 m op dinsdag. Dinsdag is de stijging het snelst en komt er circa 1 meter bij, omdat dan ook het water uit de Moezel aankomt. Dit is de grootste zijrivier, die in z’n eentje goed is voor circa een derde deel van de afvoer bij Lobith. Op donderdag verwacht ik dan de hoogste waterstand bij Lobith, rond de 11 meter +NAP.

De afvoer zal dan ca 3300 m3/s bedragen. Dat is wel boven de gemiddelde stand voor deze tijd van het jaar, maar het is nauwelijks een hoogwatergolf te noemen. Gemiddeld bedraagt de hoogste afvoer van de Rijn in het winterseizoen ca 6.500 m3/s, waar dan een waterstand bij hoort van 14 m bij Lobith. Die waterstand en afvoer gaan we nu zeker niet halen en eerder deze winter bleef de afvoer ook steken bij ca 3500 m3/s. Anders dan bij de Maas duurt het hoogwaterseizoen in de Rijn tot begin april. Maar omdat het nu langdurig droog wordt en er vrijwel geen sneeuw meer over is in de Middelgebergten is de kans toch niet zo groot dat we de 6.500 m3/s nog gaan halen deze winter.

Op vrijdag arriveert bij Lobith dan nog het water uit Zuid Duitsland, maar tegen die tijd zijn de noordelijke zijrivieren van de Rijn al weer aan het dalen en omdat die daling groter is dan de extra aanvoer vanuit het zuiden, zal de afvoer er bij ons niet meer door stijgen. Vanaf zaterdag gaat de waterstand weer sneller dalen en begin volgende week zal de 10 meter dan weer onderschreden worden. Omdat het langdurig droog wordt is de kans groot dat de waterstand op wat langere termijn verder daalt naar 9 m bij Lobith.

Zeespiegelstijging versnelt

De afgelopen week waren er berichten in de media dat de zeespiegel nu met iets meer dan 4 mm per jaar stijgt. Over de vorige eeuw gemeten was dat nog 2 mm per jaar, dus er is sprake van een versnelling. Deze versnelling wordt al lang verwacht, omdat de temperatuur op aarde sinds 1980 met bijna 1 graad is gestegen en deze hogere temperaturen beïnvloeden het niveau van de zeespiegel. Enerzijds omdat er landijs smelt dat op de Zuidpool en op Groenland ligt, maar (tot nu toe) vooral omdat het zeewater uitzet doordat het warmer wordt. 

Op de website van PSMSL (permanent service for Mean sea Level) kan men van honderden meetstations op de hele wereld de zeespiegeldata vinden. Door te klikken op een station krijg je het verloop van de zeespiegel te zien sinds aldaar de metingen zijn begonnen. Bij de grafieken van Nederland is te zien dat de zeespiegel al meer dan een eeuw duidelijk stijgt en het laatste jaar waar metingen van beschikbaar zijn (2017) was ook het jaar met de gemiddeld hoogste stand.

Via een andere website www.sealevel.info kan men deze grafieken ook zelf maken (door de naam van een kuststation in te vullen). In deze grafieken is dan ook de trendlijn geplot, zodat te zien is met welke gemiddelde snelheid de zeespiegel er stijgt. In de figuur hieronder heb ik voor 3 meetstations langs de Nederlandse kust het waterstandsverloop sinds 1900 afgebeeld. De trendlijn verloopt bij de Nederlandse kust met circa 2 mm/jaar; bij Hoek van Holland het snelst (2,28 mm) en bij Delfzijl het langzaamst (1,95 mm).

Deze waarde hoeft trouwens nog niet de werkelijke zeespiegelstijging te zijn in de Noordzee. De bodem onder Nederland daalt namelijk ook langzaam en het meetstation zelf is over de afgelopen eeuw bezien daarom ook iets lager komen te liggen. De werkelijke zeespiegelstijging in de Noordzee zal daarom iets kleiner zijn geweest. Voor de aarde als geheel is de zeespiegelstijging in de 20e eeuw vastgesteld op 1,74 mm/jaar, wat daar dus mee in overeenstemming is. 

zeeniveau NL kust.jpg

Waterstand tov NAP sinds 1900 van 3 Nederlandse kuststations: Delfzijl (boven), Hoek van Holland (midden) en Vlissingen (onder) (op maandelijkse basis)
Waterstand tov NAP sinds 1900 van 3 Nederlandse kuststations: Delfzijl (boven), Hoek van Holland (midden) en Vlissingen (onder) (op maandelijkse basis)
Als we de grafieken van de Nederlandse stations bekijken dan valt op dat de zeespiegelstijging tot nu toe heel gelijkmatig verloopt. Ook voordat de temperatuur op aarde begon sterk te stijgen (rond 1980) was er al sprake van een stijging en de snellere temperatuustijging sinds 1980 is in de grafieken ook nog niet zichtbaar als een versnelling. Blijkbaar kon de aarde de stijging van de temperatuur die tot nu toe is opgetreden nog enigszins opvangen en zorgde dat niet al meteen voor een snellere stijging van het zeeniveau.

Dat nu bepaald is dat de zeespiegel sneller is gaan stijgen, is trouwens niet afgeleid uit de meetstations die overal langs de kusten zijn opgesteld. Deze nieuwe waarden zijn afkomstig uit satelietwaarnemingen die heel nauwkeurig het zeeniveau in kaart brengen. Dergelijke metingen zijn er sinds 1990 en die reeks is nu lang genoeg om te kunnen zien dat er van een versnelling sprake is. Omdat de temperatuur op aarde voorlopig nog wel even verder zal stijgen, is de verwachting dat die versnelling de komende decennia nog groter wordt, tot mogelijk 1 cm/jaar in het midden van de 21e eeuw.

Wie heel goed naar de grafieken hierboven kijkt ziet dat er een heel lichte schommeling in te zien is. Dit hangt samen met de baan van de Maan op de Aarde. Die baan schommelt een beetje en maakt een cyclus door van iets meer dan 18 jaar. Om de 18 jaar staat de Maan precies in het aardvlak en dan is de aantrekkingskracht van de Maan en dus de getijslag het grootst. De vloed is dan gemiddeld wat hoger en de eb wat lager. Negen jaar later, op het moment dat de Maan het verst buiten het aardvlak staat, zijn vloed en eb gemiddeld juist wat lager.

In de grafiek hieronder is voor Vlissingen het verloop van vloed, gemiddelde waterstand en eb weergegeven. De dunne blauwe lijnen laten het verloop van de vloed (bovenste lijn) en de eb (onderste lijn) zien. De golvende lijn in het midden geeft het verloop van de aantrekkingskracht van de Maan weer en dit verloop is ook terug te vinden in het waterstandsverloop. In 1996 en 2014 waren vloed en eb het meest extreem en in 2005 en straks weer in 2023 het minst.

Met de rode lijn is in dezelfde grafiek de gemiddelde waterstand bij Vlissingen afgebeeld. Opvallend is dat die tegengesteld is aan de perioden met de grootste uitslag. Het gemiddelde was in 1996 en 2014 relatief laag en zal de komende jaren weer wat stijgen, naar een hoogste waarde in 2023. Niet dat dan meteen de dijken door zullen breken, want het gaat om een verschil van minder dan één decimeter, en als het gemiddelde het hoogst is, is de vloedstand (en dus ook de stand bij springvloed) op juist zijn laagst.

waterstand Vlissingen.jpg

Gemiddelde jaarlijkse waterstand van Vlissingen sinds 1900 bij vloed (boven) gemiddelde waterstand (midden) en bij eb (onder).
Gemiddelde jaarlijkse waterstand van Vlissingen sinds 1900 bij vloed (boven) gemiddelde waterstand (midden) en bij eb (onder).

Een volgend bericht kunt u volgend weekend verwachten