U bent hier

Droog weer houdt aan, waterstanden dalen naar lage waarden

Hogedrukgebieden boven het oosten en noorden van Europa zijn oppermachtig en houden lagedrukgebieden met neerslag op grote afstand. De stroomgebieden van Rijn en Maas lopen nu snel leeg en omdat er op langere termijn geen neerslag op komst is, ziet het er naar uit dat de waterstanden aan het eind van de maand uitkomen bij relatief erg lage waarden. In het waterbericht leest u hoe ver de standen de komende tijd kunnen gaan dalen.

In de rubriek 'water inzicht' een uitstapje naar de Alpen, waar voor de Rijn nog een aardig pakket sneeuw ligt te wachten dat later in het voorjaar voor meer water kan gaan zorgen.

Water van de week

Nauwelijks regen in het vooruitzicht

Een sterk hogedrukgebied boven Scandinavië heeft de hele afgelopen week voor zonnig en droog weer gezorgd in West Europa. Het trekt nu wat naar het oosten weg, waardoor een lagedrukgebied met bewolking en wat neerslag over de Britse Eilanden wat dichterbij kan komen. Veel stelt het niet voor en in Nederland blijft het op een enkele millimeter na zo goed als droog.

In de Ardennen en boven Noord Frankrijk kan op maandag nog wel wat meer vallen, maar in het inmiddels aardig opgedroogde stroomgebied van de Maas zal dat weinig water opleveren voor de Maas. In het stroomgebied van de Rijn valt op maandag en dinsdag ook wat regen, maar evenals bij de Maas, levert hoogstens een korte stabilisatie op van de waterstanden later in de week.

Vanaf maandag al herstelt het hogedrukgebied boven Oost Europa zich en de komende week tot 10 dagen ziet het er naar uit dat dit weersysteem het weer in de stroomgebieden gaart bepalen. Het zorgt opnieuw voor langdurig droog weer en omdat het eind van deze weersituatie nog niet in zicht is, is de kans groot dat de waterstanden in de Rijn en de Maas tot aan het eind van de maand zullen blijven dalen. 

Na de vooral in Nederland en Noord-Duitsland zeer natte februari-maand valt de overgang naar de droogte in maart extra op. De weermodellen verwachten dat er in Nederland tot aan het eind van de maand nog hoogstens 10 tot 15 mm regen gaat vallen en als dat uitkomt wordt maart een zeer droge maand. De langjarig gemiddelde hoeveelheid neerslag voor maart bedraagt ca 60 mm, dus 10 tot 15 is dan wel heel weinig.

Het weer lijkt hiermee meteen voor compensatie te zorgen voor de nattigheid in februari, want samen komen de maanden wel ongeveer op het langjarig gemiddelde uit. De hogere temperaturen zorgen er nu echter voor dat de verdamping ook al weer begint op te lopen, en maart zal daarom een maand worden met al een aardig verdampingsoverschot.

Een droog voorjaar is de laatste jaren meer regel dan uitzondering en de vreugde over de in februari nog flink aangevulde grondwatervoorraad is daarom misschien maar van korte duur. Het is echter niet mogelijk om nu al veel verder vooruit te kijken dan een week of twee, dus het kan zeker ook nog weer omslaan. Vorig jaar viel in maart ook maar de helft van de normale hoeveelheid regen en toen verliepen april en mei ongeveer normaal en volgde een relatief natte zomer. 

Rijn daalt naar onder de 8 m+NAP

De afgelopen week daalde de Rijn met zo'n 15 cm per dag en inmiddels is de stand uitgekomen op ca 8,4 m +NAP. Dat is ongeveer 1,5 m lager dan gemiddeld in deze tijd van het jaar. Nu komen perioden met laagwater ook in de winter en het voorjaar wel eens voor, maar samen met de twee vrijwel droge weken droog die nu nog in het verschiet zijn, wordt de duur ervan nu wel uitzonderlijk. 

De afvoer bij Lobith is nu uitgekomen op ca 1550 m3/s, wat ruim 1000 lager is dan gemiddeld. De site van Rijkswaterstaat (waterinfo.nl) geeft op dit moment een afvoer aan die ca 200 m3/s hoger is, maar volgens mij klopt dat niet. Ongeveer een maand geleden is de zogenaamde waterstand-afvoer-relatie aangepast, en daarna is de afvoer bij de hogere waterstanden iets verhoogd. Maar nu lijkt er iets toch nog niet helemaal goed te zijn gaan.

De waterstand-afvoer-relatie moet zo nu en dan aangepast worden omdat het dwarsprofiel van de rivier langzaam steeds groter wordt. Bij dezelfde waterstand gaat er daarom steeds meer water door de rivier en om de afvoer goed weer te kunnen geven, is soms een bijstelling nodig. De waarde die nu wordt opgegeven klopt echter niet.

De komende dagen daalt de stand bij Lobith langzaam verder. De daalsnelheid neemt wel langzaam, eerst tot ca 10 cm per dag. Op donderdag 17/3 zal de stand daarom bij Lobith de 8 m bereiken. Daarna stopt de daling even, of is een heel lichte stijging mogelijk als wat neerslagwater passeert dat op dinsdag in het stroomgebied is gevallen. 

Daarna zet de daling zich voort en op 22 of 23/3 kan de stand dan tot onder de 8 m dalen. Ook daarna zet de daling waarschijnlijk nog door, maar de snelheid zal dan verder afnemen tot 5 cm per dag of minder. Als de waterstand de 8 m bereikt, bedraagt de afvoer bij Lobith ca 1350 m3/s.

Mogelijk dat de afvoer tegen het eind van de maand zelfs daalt tot 1250 m3/s, wat erg laag is voor deze tijd van het jaar. In de meetreeks van de Rijn zijn er maar een stuk of 10 jaren met een zo lage of nog lagere afvoer. De meest uitzonderlijke jaren waren 1920 en 1972, toen de afvoer eind maart zelfs tot ca 800 m3/s daalde. Uit het meer recente verleden komen we 2014 en 1996 tegen, toen de afvoer eind maart tot tussen de 1100 en 1200 m3/s daalde.

Maas daalt naar ca 175 m3/s en later wellicht naar 150 m3/s

De Maas daalt ook, maar de sterkste daling is inmiddels al weer achter de rug en van dag tot dag neemt de afvoer nu nog maar heel langzaam af. Bij Maastricht bedraagt de afvoer nu iets minder dan 200 m3/s en dat is ongeveer de helft van het langjarig gemiddelde. 

Op maandag kan er wat regen vallen in vooral het zuidelijk deel van de Ardennen en Noord Frankrijk en dat zorgt mogelijk voor een heel kleine opleving, maar waarschijnlijk blijft het bij een niet verdere daling t/m woensdag of donderdag. 

vanaf vrijdag zakt de afvoer dan langzaam verder naar ca 175 m3/s in het begin van de week na het volgens weekend. Omdat het droge weer ook na het volgens weekend nog aanhoudt is de kans groot dat de afvoer in de laatste 10 dagen van maart verder daalt naar mogelijk 150 m3/s.

Een zo lage afvoer in deze tijd van het jaar is bij de Maas minder bijzonder als bij de Rijn; sinds het begin van de metingen in 1911 is het al zo'n 20 keer voorgekomen dat de afvoer lager uitkwam dan 175 m3/s. Ook hier vinden we 1921 en 1972 bij de jaren met de laagste afvoer, maar ook 1976. Van recente datum zijn er naast 1996 en 2014 ook meer jaren terug te vinden, zoals ook 1998, 2003, 2011 en 2012.

water inzicht

Sneeuwdek Alpen ongeveer gemiddeld

Anders dan de Maas heeft de Rijn na de winter altijd nog een appeltje klaar liggen voor de dorst. De Alpen hebben de hele winter sneeuw opgevangen en als dat in de loop van het voorjaar gaat smelten dan levert dat voor de Rijn maandenlang extra water op. Het gaat dan vooral om de sneeuw die boven de ca 1500 m ligt, want die smelt pas wat later in het voorjaar en is daarom interessant voor Nederland, omdat dat water hier aan komt als de waterbehoefte van landbouw, natuur en andere functies groter wordt.

Vis de website van Zwitserse sneeuw- en lawinedienst (www.SLF.ch) zijn de meetgegevens van tal van stations in de Alpen te vinden. In de figuur hieronder heb ik van 3 locaties de grafieken onder elkaar gezet. 

Sneeuw Alpen maart 2022.jpg

Verloop van de dikte van het sneeuwdek gedurende de afgelopen winter op 3 verschillende hoogten in de Alpen
Verloop van de dikte van het sneeuwdek gedurende de afgelopen winter op 3 verschillende hoogten in de Alpen

De bovenste en middelste grafieken zijn van een meetpunten aan de noordzijde van de Alpen op respectievelijk ca 1700 en 2150 m hoogte. De onderste grafiek is van een station wat zuidelijker in de Alpen, gelegen op grotere hoogte. De donkerblauwe lijn geeft de sneeuwdikte van dit jaar weer en de situatie voor de Rijn ziet er redelijk gunstig uit. Overal ligt ongeveer de gemiddelde hoeveelheid sneeuw (de donkere paarse lijn), in het noorden iets meer, in het zuiden iets minder. 

Er was dit jaar een duidelijke tweedeling in de Alpen zichtbaar, waarbij de zuidzijde, waar rivieren ontspringen die naar Italië stromen, veel minder sneeuw ontvingen dan de noordzijde. Voor de Italiaanse rivieren ziet het er daarom dit jaar niet goed uit, maar voor de Rijn ligt er heel wat water nog in vaste vorm te wachten.

Vooral begin december en in februari is er veel sneeuw bijgekomen en groeide het sneeuwdek snel aan. In maart is het, net als overal in het stroomgebied, droog gebleven tot nu toe. Gewoonlijk groeit het sneeuwdek in maart en op hoogte ook in april nog aan, maar dit jaar lijkt dat er ook voor de Alpen niet meer in te zitten. Misschien dat er hogerop in april nog wat bij kan vallen.

Al met al is de kans groot dat de dikte uiteindelijk overal iets onder het gemiddelde uit zal komen als het smeltseizoen vanaf april gaat beginnen. Het hangt dan nog wel van het weer rond die tijd af hoeveel water dit oplevert voor de Rijn. Als april en mei relatief droog verlopen, met veel zon, dan kan het gebeuren dat er vrij veel sneeuw meteen verdampt. Deze sneeuw levert dan geen smeltwater op en er zijn jaren geweest dat er ondank een flink sneeuwdek dan toch niet zoveel water beschikbaar kwam voor de Rijn.

De meest gunstige situatie treedt op als de sneeuw smelt door regen die op de sneeuw valt. Door de combinatie van smelt- en regenwater komt er dan extra veel water beschikbaar. Zoals we hierboven in het gemiddelde verloop kunnen zien smelt de laagst gelegen sneeuw vooral in april en mei, de sneeuw die op ca 2000 m ligt vanaf half april tot half juni en de hoogst gelegen sneeuw in mei en vooral in juni.

Het smeltwater stroomt trouwens niet direct naar Nederland, het wordt namelijk eerst opgevangen in de grote Zwitserse meren, die het vervolgens bufferen en daarna langzaam doorgeven. Op dagen met veel smeltwater stromen er vele duizenden m3/s deze meren in, maar bij de uitgang neemt de afvoer dan toch maar met enkele 100-den m3/s toe. De stand van bijvoorbeeld de Bodensee, het grootste meer, loopt daarom in de loop van mei en juni langzaam op, om in de maanden daarna weer langzaam leeg te lopen. Zo profiteert de Rijn tot in de nazomer van de sneeuw die in de winter gevallen is.

Op grond van de huidige hoeveelheden mag de Rijn rond eind april op een toename van de afvoer gaan rekenen en die loopt dan op tot zo'n 500 m3/s extra rond half juni. Mits de sneeuw niet verdampt, want dan kan het zomaar 100 tot 200 m3/s minder zijn. 

In de grafiek hieronder is zowel de gemiddelde Rijnafvoer bij Lobith als bij Rheinfelden (vlakbij Basel) weergegeven. Die laatste geeft aan hoeveel water er vanuit Zwitserland naar Duitsland stroomt. Dit is niet alleen water van smeltende sneeuw, want in Zwitserland valt gedurende het jaar ook relatief veel regen en ook in de winter is de gemiddelde afvoer daarom hoog.

Schermafbeelding 2022-03-13 om 14.15.02.png

Gemiddelde afvoer die gedurende het jaar vanuit Zwitserland via de Rijn naar Nederland stroomt en de afvoer bij Lobith.
Gemiddelde afvoer die gedurende het jaar vanuit Zwitserland via de Rijn naar Nederland stroomt en de afvoer bij Lobith.

Als in de tweede helft de sneeuw gaat smelten loopt de afvoer vanuit Zwitserland langzaam op en de piek halverwege juni wordt grotendeels veroorzaakt door het smeltwater van de sneeuw vanuit de afgelopen winter. Smeltwater van gletsjers speelt hierbij geen rol, want daar begint het smelten pas in juli en het aandeel daarvan bedraagt ook niet meer dan enkele procenten.

Naast het smeltwater valt er in de zomer ook nog vrij veel regen in de Alpen en ook dat draagt in juli en augustus bij aan de nog lang hoge afvoer. Maar het is vooral het smeltwater van de voorgaande winter waar de Rijn van profiteert.