U bent hier

Later in de week opnieuw stijgende waterstanden

De afgelopen week verliep minder nat in de stroomgebieden en de rivieren konden wat dalen na de kleine hoogwaters van rond 10 februari. De komende week verloopt echter weer wat natter, vooral in de tweede helft zodat Rijn en Maas opnieuw kunnen gaan stijgen. Een nieuw hoogwatersituatie is voorlopig niet in beeld, maar ook nog niet uit te sluiten. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht nogmaals een terugblik op de veranderde waterstanden in de Maas als gevolg van de vele ingrepen in het zomerbed in de afgelopen tientallen jaren; met nu ook de effecten bij de lagere afvoeren.

water van de week

Ook de laatste weken van de winter verlopen nat.

Op korte onderbrekingen na is het de afgelopen winter een komen en gaan van regengebieden geweest. De omslag naar het natte weer vond al half oktober plaats en sindsdien is het vaak erg nat geweest. Nederland viel daarbij wel steeds in de prijzen, met alle maanden veel regen. Maar in (delen van) de landen rondom ons heen waren er ook wel wat langere droge perioden en waren niet alle maanden te nat.

Erg lang droog was het echter nergens en daarom bleven de rivierafvoeren steeds op een bovengemiddeld niveau en was er telkens weer niet heel veel extra water nodig voor een stijging tot een hoogwater. Zo’n situatie doet zich ook de komende week weer voor. Vandaag bereikt een regengebied Nederland en er gaat langdurig veel regen vallen. In het westen kan tot 25 mm vallen en dat is voldoende om lokaal voor overlast te zorgen.

Zo zal ook het Markermeer waarschijnlijk weer wat verder stijgen. Door de combinatie van veel regen en een hoge rivierafvoer was het de afgelopen week al moeilijk om het meerpeil te laten dalen, en met een grote hoeveelheid regen in Noordwest Nederland zal dat er de komende dagen niet makkelijker op worden. Het peil schommelt nu rond NAP, wat 40 cm boven het streefpeil is voor deze tijd van het jaar. Dit is overigens nog wel flink lager dan tijdens de periode met de overlast; toen het peil tot boven de +50 cm (NAP) steeg.

De regen van vandaag bereikt ook al het stroomgebied van de Maas en kan daar al voor wat extra afvoer zorgen. Met de maandag erbij krijgt ook het stroomgebied van de Rijn wat extra water te verwerken, maar daar nog onvoldoende voor een duidelijke stijging.

De regen van dit weekend wordt veroorzaakt door een niet zo opvallend lagedrukgebied dat vandaag ten noorden van Nederland langs naar Denemarken trekt. Tegelijkertijd verschuift een groot hogedrukgebied, dat zich nu nog uitstrekt van Spanje tot aan Polen en Rusland, naar het zuiden. Dat maakt de weg vrij voor nieuwe lagedrukgebieden om in de tweede helft van de week dichterbij te komen en ons weer te gaan bepalen. Dat betekent dat later in de week opnieuw regen de stroomgebieden kan bereiken.

Dinsdag verloopt nog grotendeels droog onder invloed van het hogedrukgebied ten zuiden van ons, maar op woensdag kan wel weer wat regen vallen en vooral de donderdag lijkt erg nat te gaan verlopen als een kleine storing in een front, dat hoort bij een diepe depressie bij Schotland, ons bereikt. Vooral het stroomgebied van de Maas en de Moezel krijgen daar dan mee te maken. Vorige week was voor later in de week ook zo’n natte dag verwacht en die kwam toen niet uit, maar nu zijn de modellen meer eensgezind en is de kans groter dat het erg nat gaat worden.

Na de natte donderdag verloopt de vrijdag droger, maar op zaterdag 24/2 kan opnieuw veel regen vallen en ook de dagen daarna houdt het regenachtige weer aan. Tegen die tijd is het ook wat koeler geworden in West- en Midden-Europa en kan boven de 400 tot 500 m hoogte in de Middelgebergten ook weer wat sneeuw gaan vallen. In de Ardennen en het Sauerland wordt rondom het volgend weekend een sneeuwdek verwacht van zo’n 15 tot 25 cm.

Verder zuidelijk in de Vogezen en het Zware Woud komt daar nog een paar decimeter bij en ook in de Alpen wordt dan sneeuw verwacht, tot tussen de 75 en 100 cm. Deze nieuwe sneeuw is daar welkom, want het was er al wekenlang droog en door het soms zeer warme weer, was met name onder de 2000 m veel sneeuw weggesmolten. Hogerop ligt echter nog steeds meer dan het langjarig gemiddelde en deze sneeuwlaag kan de komende 10 dagen dus nog flink verder aan gaan groeien.

Rijn daalt nog de hele week, eind van de week een nieuwe stijging.

Na het kleine hoogwatergolfje dat afgelopen maandag passeerde met een waterstand van 12,8 m (NAP) is de stand deze week weer vrij snel gaan dalen. Vandaag, zondag wordt de 11 m later op de dag onderschreden en ook de komende dagen zet de daling nog door. De afvoer die tijdens het golfje 5.300 m3/s bedroeg is nu tot 3.500 m3/s gedaald.

Rond het midden van de week krijgt de Rijn wel weer wat extra water te verwerken van de regen die vandaag en morgen valt, maar dat is nog niet voldoende voor een nieuwe stijging; het zorgt er alleen voor dat de stand dan stabiliseert rond de 10,3 tot 10,5 m (bij een afvoer van iets onder de 3.000 m3/s).

De regen van donderdag 22/2 kan wel voor een flinke opleving zorgen in vooral de Moezel en samen met extra water uit Zuid-Duitsland zorgt dat dan voor een opleving van de waterstand bij Lobith vanaf zondag 25/2.  Tegen het midden van de week na het volgend weekend, dat is rond 29 februari, kan de stand dan weer gestegen zijn tot tussen de 11,75 en 12,25 m. De afvoer is dan weer gestegen tot rond de 4.500 m3/s.

Nu moet de regen nog vallen, dus het blijft nog even afwachten hoe hoog de waterstand deze keer gaat komen, maar een nieuwe stijging vanaf zondag 25/2 is wel bijna zeker. Daarmee blijft de afvoer de hele rest van de maand en ook het begin van de maand maart nog ruim boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, die bedraagt namelijk ongeveer 2.700 m3/s, en heeft de Rijn op enkele dagen na deze winter een bovengemiddelde waterstand gekend.

Maas eerst stabiel, later in de week stijgend, mogelijk tot boven 1000 m3/s.

Het hoogwatergolfje in de Maas passeerde al op 9/2 bij Maastricht en was wat eerder voorbij dan de golf in de Rijn. Vooral de eerste dagen van de week daalde de afvoer vrij snel, maar inmiddels is deze vertraagt, omdat aan het eind van de week pas het extra water uit de Franse Maas arriveerde. Ook viel er in de rest van het stroomgebied de afgelopen week zo nu en dan nog wat regen. De huidige afvoer van ca 600 m3/s is echter nog steeds ruim boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat ongeveer 450 m3/s bedraagt.

De komende dagen komt dat gemiddelde ook nog niet binnen het bereik, want er staat de Maas weer een stijging te wachten. De regenzone die vandaag vooral over Nederland trekt, bereikt ook de Ardennen en kan de Maas zo’n 100 tot 150 m3/s extra opleveren, zodat de afvoer weer tot ca 700 à 750 m3/s kan stijgen op maandag 19/2. Omdat dinsdag en woensdag weinig regen wordt verwacht, volgt daarna weer een lichte daling.

De donderdag wordt een spannende dag, want de weermodellen laten nu tot ca 40 mm regen zien in het zuiden van de Ardennen en samen met de 20 tot 25 mm die voor het noorden van de Ardennen wordt verwacht kan de Maas daardoor weer tot boven de 1000 m3/s stijgen op vrijdag 23/2. De vrijdag zelf kan er ook nog wat regen vallen, maar niet voldoende voor een verdere stijging. De zaterdag verloopt mogelijk opnieuw erg nat waardoor een verdere stijging mogelijk is tot 1250 m3/s of nog meer.

Deze regenzone op zaterdag is echter nog niet zeker en ook is nog onduidelijk hoe het dagen daarna verder gaat verlopen maar een langere droge periode lijkt er niet aan te komen. De kans is daarom groot dat de afvoer aan het eind van de maand nog steeds boven de 1000 m3/s blijft. Eerst zullen we echter de regen van donderdag af moeten wachten en wat dat voor de Maas betekent; tegen die tijd zal er ook meer duidelijk zijn over wat er daarna gebeurt. Zodra daar wat meer over bekend is volgt een extra update over de situatie.

Water in zicht

Waterstandveranderingen in de Maas in de afgelopen 65 jaar

In het waterbericht van twee weken terug liet ik zien hoe de waterstanden in de Maas zijn veranderd door allerlei hoogwatermaatregelen die in de afgelopen decennia jaar zijn genomen. Die maatregelen hebben echter niet alleen invloed op de waterstanden bij hoge afvoeren, maar zorgen vaak ook voor veranderingen bij lagere afvoeren. Deze veranderingen zijn het grootst in de Grensmaas waar de rivier vrij afstroomt en een verbreding van de bedding ook op de lagere afvoeren al veel invloed heeft.

In het gestuwde traject van de Maas, stroomafwaarts van Maaseik, is de waterstand bij lage afvoeren stabiel omdat het waterpeil daar dmv de stuwen bij lage en gemiddelde rivierafvoeren op een hoog niveau wordt gehouden. Daar merken we pas wat van de ingrepen die in de rivier zijn uitgevoerd als de afvoer zover is gestegen dat de stand boven het stuwpeil uit gaat stijgen. In de volgende 5 grafieken laat ik de veranderingen zijn die in de Limburgse Maas sinds 1960 zijn opgetreden. Op de horizontale as is steeds de afvoer bij Borgharen weergegeven; de hoeveelheid water die Nederland vanuit Wallonië binnenstroomt.

Bij de grafiek van Borgharen is op deze as ook de frequentie aangegeven waarmee een afvoer voorkomt. Bij de lage afvoeren is dat weergegeven in het aantal dagen per jaar en bij de hogere afvoeren (vanaf 1400 m³/s) gaat het om de frequentie in jaren: 1:10 betekent dan dat het volgens de afvoerstatistiek eens in de 10 jaar voorkomt. Op de verticale as is de waterstand ter plekke van het meetpunt weergegeven. De lijnen geven het verloop van die waterstand weer gedurende 4 verschillende jaren vanaf 1960.

Deze standen zijn gebaseerd op de zgn betrekkingslijnen die Rijkswaterstaat met enige regelmaat voor de Maas opsteld en waarin voor iedere locatie langs de rivier de standen zijn berekend die bij een bepaalde afvoer optreden.

Scherm­afbeelding 2024-02-18 om 13.16 kopiëren.jpg

Verloop van de waterstand bij Borgharen (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023). Op de horizontale as is ook de frequentie van voorkomen weergegeven.
Verloop van de waterstand bij Borgharen (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023). Op de horizontale as is ook de frequentie van voorkomen weergegeven.

Als we bij Borgharen beginnen dan zien we dat de waterstanden hier in de loop der tijd flink zijn gedaald. In iedere periode ligt de waterstand over het hele bereik lager dan in de voorgaande periode. Tussen 1960 en 1995 was er vooral een daling in het lagere afvoerbereik, zeg tot ongeveer 2000 m³/s. Dit had te maken met de grindwinning die toen in de bedding van de rivier plaatsvond waardoor de rivierbodem steeds lager kwam te liggen en de waterstanden bij lage afvoeren mee omlaag gingen. Bij de hogere rivierafvoeren is dit effect minder groot.

Tussen 2010 en 2023 is er een grote extra daling bijgekomen; dit is het gevolg van het Grensmaasproject waarbij niet de rivierbodem maar juist de oevers van de rivier zijn verlaagd. De rivier heeft hierbij heel veel extra ruimte gekregen en nu zijn ook de waterstanden bij hoge afvoeren lager geworden. Wat ook de bedoeling was omdat bij dit project behalve grindwinning en natuurontwikkeling ook de veiligheid tegen hoogwater werd verbeterd.

Dit heeft grote gevolgen gehad voor de waterstanden in dit rivier traject. Als we bijvoorbeeld kijken naar de waterstanden bij het recente hoogwatergolfje van 9/2, waarbij de afvoer opliep tot 1700 m³/s, dan was de waterstand nu ruim 2 m lager dan deze bij dezelfde afvoer in 1960 zou zijn geweest. De waterstand die nu optrad komt tegenwoordig nog maar zo eens In de 3 jaar voor, maar in 1960 was dit nog een heel gewone stand, die ongeveer 25 dagen per jaar voorkwam.

Scherm­afbeelding 2024-02-18 om 13.16.27.png

Verloop van de waterstand bij Grevenbicht (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).
Verloop van de waterstand bij Grevenbicht (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).

Verder stroomafwaarts komen we bij Grevenbicht in het traject van de Grensmaas waar de waterstanden het meest gedaald zijn in de afgelopen 65 jaar. De grindwinning heeft die tussen 1960 en 1995 de bodem fors verlaagd waardoor de waterstanden toen in het lagere afvoerbereik al met ongeveer 1,5 m zijn gezakt. Hier bovenop heeft het Grensmaasproject tussen 2010 en 2023 nogmaals voor in forse waterstanddaling gezorgd; nu vooral in het hogere afvoerbereik.

Zo zijn de waterstanden bij de hoge afvoeren boven de 3000 m³/s tegenwoordig circa 1 m lager dan ze 10 jaar geleden nog zouden zijn geweest; voor de uitvoering van het Grensmaasproject. De waterstand bij de recente, lagere hoogwatergolf, was bij Grevenbicht nu ruim 2,5 m lager dan deze in 1960 zou zijn geweest.

Scherm­afbeelding 2024-02-18 om 13.16.39.png

Verloop van de waterstand bij Maaseik (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).
Verloop van de waterstand bij Maaseik (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).

Een klein stukje stroomafwaarts van Grevenbicht ligt Maaseik; dit is voorbij het traject waar het Grensmaasproject is uitgevoerd en hier zien we een heel ander verloop van de waterstanden. Tussen 1960 en 1995 is de waterstand hier nogal over gedaald als gevolg van de grindwinning in het zomerbed maar sindsdien zijn de waterstanden in het lagere afvoerbereik gelijk gebleven en in het hogere afvoerbereik zelfs gestegen.

Dit is het gevolg van de dijken die hier na het hoogwater van 1995 zijn aangelegd. De Maas heeft daardoor een veel krapper winterbed dan vroeger en het gevolg is dat de waterstanden vooral bij de hogere afvoeren, waarbij vroeger het winterbed ging overstromen (boven de 2000 m³/s), bijna 50 cm hoger zijn dan voorheen. Om hier toch de waterveiligheid te kunnen garanderen zijn de dijken op dit traject daarom extra hoog aangelegd om ook deze hogere waterstanden te kunnen keren.

Scherm­afbeelding 2024-02-18 om 13.16.52.png

Verloop van de waterstand bij Venlo (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).
Verloop van de waterstand bij Venlo (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).

Verder stroomafwaarts bij Venlo zien we weer een ander verloop. Hier is geen zand- of grindwinning geweest in het zomerbed en zijn de waterstanden tussen 1960 en 2010 in het lagere bereik nauwelijks veranderd. In 2010 valt op dat de waterstanden in het hogere bereik wat gestegen zijn, wat ook hier het gevolg is van de dijken die vooral stroomafwaarts van Venlo het winterbed van de rivier hebben verkleind.

In 2023 is dat voor een groot deel weer teniet gedaan door een aantal projecten waarbij de rivier meer ruimte heeft gekregen. Zo is het zomerbed van de Maas stroomafwaarts van Venlo een paar meter verdiept en dit effect is goed zichtbaar bij de waterstanden tussen 1000 en 2000 m³/s die daardoor een stuk lager zijn. Daarbovenop is ter hoogte van Ooijen Wanssum ook een project uitgevoerd waarbij de Maas in de uiterwaarden meer ruimte heeft gekregen en dit draagt er tot aan Venlo aan bij dat de waterstanden in het hogere bereik enkele decimeters lager zijn dan in 2010.

Scherm­afbeelding 2024-02-18 om 13.17.02.png

Verloop van de waterstand bij Gennep (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).
Verloop van de waterstand bij Gennep (vertikale as) in relatie tot de rivierafvoer (horizontale as) gedurende 4 perioden (1960, 1995, 2010 en 2023).

Nog wat verder stroomafwaarts langs de Limburgse Maas is nabij Gennep ook het zomerbed verdiept als maatregel om de waterveiligheid te vergroten; wat daar tot een veel lagere waterstand heeft geleid bij bijna alle afvoeren. Vooral bij de lagere hoogwaters zijn de standen ca 1 meter lager, in het hogere bereik wat minder.

Een zomerbedverdieping zoals hier en bij Venlo is uitgevoerd is een geschikte maatregel om de waterstanden bij hoogwater te verlagen, maar kent ook grote nadelen. Zo neemt de stroomsnelheid in zo'n verdiept traject sterk af waardoor het natuurlijke transport van zand en grind, dat via de bedding verloopt, ernstig wordt verstoort. De rivier wil het onnatuurlijk diepe deel namelijk weer opheffen en zal het tot in lengte der tijden blijven aanvullen. Om al die tijd de waterveiligheid te kunnen garanderen zullen we hier altijd moeten blijven baggeren.

Wat hier verder opvalt is dat bij de allerlaagste afvoeren de waterstand hoger is dan voorheen. Dit was bij Venlo ook al zichtbaar en is het gevolg van het verhogen van de stuwpeilen in de Maas. In het stuwpand Grave zijn de stuwpeilen sinds 1960 stapsgewijs met 50 cm verhoogd en in het stuwpand Sambeek, waar Venlo in ligt, met 45 cm. Door de waterstanden bij de lage afvoeren te verhogen en bij de hogere afvoeren te verlagen zijn de peilschommelingen in de rivier minder groot geworden en is de rivier hier inmiddels een groot deel van zijn natuurlijke dynamiek kwijt geraakt.