Komende week eerst nog droog en dalende waterstanden, daarna kans op wat regen.
De hoogwatergolven die vorig weekend via Rijn en Maas door Nederland stroomden, zijn inmiddels al lang en breed naar zee afgevoerd en dankzij het droge weer zijn de waterstanden razendsnel gaan dalen. Voorlopig blijft het nog droog en dalen de waterstanden verder, maar over ongeveer een week verandert het weerbeeld weer, wordt het natter en stopt waarschijnlijk de daling. Of dat ook weer een stijging oplevert leest u in het waterbericht.
In de rubriek water inzicht volgen we de hoogwatergolf in de IJssel die via het IJsselmeer naar de Waddenzee moest worden afgevoerd. De aanvoer van ed rivier was daar enige tijd hoger dan de afvoer naar zee, waardoor het meerpeil langzaam steeg.
Water van de week
Droog weer houdt voorlopig aan.
De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een hogedrukgebied boven Oost-Europa. De komende dagen trekt dit weer systeem naar het zuidoosten weg, maar het houdt de eerste dagen nog een uitloper in westelijke richting over Centraal-Europa richting de Azoren. Lagedrukgebieden komen dan vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan dichterbij maar vanwege de hoge druk ten zuiden van ons blijft de invloed voorlopig nog beperkt.
Dat verandert als in de tweede helft van de week dit langgerekte hogedrukgebied in twee stukken opbreekt en lagedrukgebieden zich daartussen kunnen wurmen. Het weer wordt dan een paar dagen bepaald door deze lagedrukgebieden boven centraal Europa maar ook dat lijkt geen lang leven beschoren te zijn want vanaf ongeveer 18 maart lijkt de hoge druk zich weer te gaan herstellen.
Samengevat betekent dat eerst nog een vrijwel droog, vanaf woensdag of donderdag aanstaande een aantal dagen met grotere neerslagkansen maar waarschijnlijk geen grote hoeveelheden regen en vanaf circa 18 maart weer een overgang naar een wat langere droge periode.
Rijn daalt tot onder de 9 m NAP, maar voorlopig niet veel verder.
De Rijn is de afgelopen week snel gedaald, vanaf bijna 13 m op 26/2 naar 9,5 m vanmorgen. Voor zover uiterwaarden waren overstroomd, stromen ze nu ook weer snel leeg. De afvoer meer dan halveerde van ruim 5.500 m3/s naar nog maar 2.300 m3/s op dit moment. Waterstand en afvoer blijven voorlopig nog dalen, maar veel minder snel dan vorige week. De eerste dagen gaat er nog ca 10 cm per dag van de stand af en op woensdag verwacht ik dat de 9 m wordt bereikt. Daarna neemt de daling nog wat verder af om in het weekend tussen 8,8 en 8,9 m NAP uit te komen, bij een afvoer van ca 1.800 m3/s.
In het komend weekend arriveert ook het eerste water van de neerslag die in de tweede helft van de week gaat vallen. Er worden echter geen grote hoeveelheden verwacht en daarom blijft de stijging beperkt tot misschien niet meer dan enkele decimeters. Nu kan zo’n lagedrukgebied boven Centraal-Europa ook nog wel eens voor een verrassing zorgen, maar dat geven de weermodellen nu nog niet aan.
Voorlopig houd ik het daarom op een stand zo rond de 9 meter NAP voor de eerste helft van de week na volgend weekend (16 – 18/3) en daarna waarschijnlijk weer een langzame daling als de hoge druk zich inderdaad weet te herstellen.
Maas daalt nog iets verder, rond volgend weekend wat stijgend.
De piek (van ca 1.300 m3/s) in de Maas ligt al bijna 2 weken achter ons en inmiddels is de afvoer alweer ver gezakt tot net onder de 300 m3/s. De eerste helft van de week blijft het nog droog en daalt de afvoer nog wat verder tot tussen 250 en 275 m3/s. Op woensdag en donderdag kan er al een enkele bui vallen maar geen grote hoeveelheden die invloed gaan hebben op de afvoer.
Dat verandert als op vrijdag een actiever regengebied over de Ardennen trekt, die mogelijk 20 mm regen brengt. Als dat inderdaad valt, dan kan de afvoer weer even snel stijgen naar ca 500 m3/s. Zaterdag is de regen het stroomgebied voorbij, maar er volgen dan nog een paar dagen dat er niet ver ten oosten van de Maas wel aardig wat regen valt onder invloed van de lagedrukgebieden die zich boven centraal Europa ontwikkelen.
Voorlopig lijkt dat voor de Maas weinig regen op te leveren, maar wellicht volgt er een verrassing. Als we daar niet vanuit gaan, dan daalt de afvoer na de korte opleving weer snel naar ca 300 m3/s na het volgend weekend en als het droge weer dan weer terugkeert dan zet de daling door naar 250 m3/s en lager naar het eind van de weke na volgend weekend.
Water Inzicht
Hoge IJsselafvoer liet het IJsselmeer enkele decimeters stijgen.
De hoogwatergolf die eind vorige week via de Rijn Nederland binnenstroomde had een afvoer van iets meer dan 5500 m3/s. Net na binnenkomst in ons land verdeelt dit water zich over de Waal, die ca. 3.800 m3/s (69%) afvoerde, de Neder-Rijn kreeg 935 m3/s (17%) en de IJssel, ontving met 750 m3/s het kleinste aandeel (14%). We volgen vandaag het water dat via de IJssel naar zee stroomde.
Onderweg door Gelderland en Overijssel ontvangt de IJssel nog water uit tal van zijbeken, zodat er uiteindelijk tijdens de piek van de hoogwatergolf op 2 maart ca 800 m3/s in het IJsselmeer uitstroomde. Daar vlakbij mondt ook de Overijsselse Vecht in het IJsselmeer uit en die voerde op dat moment zo’n 60 m3/s aan en vanuit Drenthe en Friesland werd via gemalen ook nog wat water aangevoerd zodat er in totaal tijdens de piek zo’n 900 m3/s het IJsselmeer bereikte.
Dat betekent dat het watervolume van het meer op één dag met ongeveer 78 miljoen m3/s toeneemt. Het IJsselmeer is ca 1.100 km2 groot en omgerekend is dat een waterschijf van 7 cm dik. Via de sluiscomplexen bij Den Oever en Kornwerderzand wordt dit water vervolgens op de Waddenzee geloosd, want het is niet de bedoeling dat het waterpeil boven het streefpeil (van -40 cm NAP) uitstijgt.
Dit spuien van het water gebeurt onder vrij verval en kan daarom alleen als het waterpeil op de Waddenzee lager is dan het peil van het IJsselmeer. In de figuur hieronder heb ik aan de hand van de meetgegevens van Rijkswaterstaat de waterstanden uitgezet van het IJsselmeer en de Waddenzee (bij Den Oever). Van het waterpeil in de Waddenzee is alleen het gedeelte weergegeven dat het peil daar lager staat dan NAP.
Schermafbeelding 2026-03-08 om 14.02.24.png

Naast de datum onderaan de grafiek heb ik aangegeven hoe groot de dagelijkse peilstijging zou zijn geweest als gevolg van het instromen van het water uit de IJssel en de Overijsselse Vecht. Uit de metingen blijkt dat het peil, tot aan het moment dat de piek het IJsselmeer bereikt, wel langzaam stijgt, maar gemiddeld met niet meer dan ca 2 cm. Het overige water stroomde naar de Waddenzee uit en in de grafiek is goed te zien dat dat alleen gebeurde in de perioden dat het eb was buitengaats.
Tijdens het spuien daalde het peil in enkele uren tijd zo’n 4 tot 5 cm, om daarna weer langzaam te gaan stijgen als de sluizen gesloten zijn. Op 28 februari was er even een grotere stijging, maar die was het gevolg van de op dat moment harde westenwind die het peil aan de oostkant van het IJsselmeer, waar het meetpunt ligt dat ik gebruikt heb, korte tijd ca 20 m extra opzette. Voor de rest van de periode was er meestal weinig wind, waardoor de peilschommelingen als gevolg van het in- en uitstromen van water vrij goed zichtbaar zijn.
Na 3 maart daalt de gemiddelde stand van het IJsselmeer weer. De instroom van water nam toen langzaam af en ook duurden de laagwaterperioden op die dagen extra lang, omdat de wind uit het oosten waaide en de ebstand extra ver kon uitzakken.
In de volgende grafiek heb ik de waterstand van een langere periode, van circa 3 weken, uitgezet. Als we de groene lijn volgen dan zien we dat de instroom van het extra water rond eind februari voor een relatief hoog peil zorgde van het IJsselmeer. Het streefpeil tijdens de winter bedraagt namelijk -40 cm NAP en tijdens de periode van hoogwater steeg het peil zelfs tot boven het zomerpeil, dat min 20 cm NAP bedraagt.
Schermafbeelding 2026-03-08 om 13.08.47.png

In het peilbesluit van het IJsselmeer is vastgelegd dat de overgang van winter- naar zomerpeil plaatsvindt halverwege maart. Dit jaar gebeurde dat door de instroom van het hoge water al wat eerder, maar ik verwacht niet dat dat nu al de bedoeling is en je ziet ook aan het eind dat het peil weer terugzakt. Boven op het zomerpeil is het trouwens mogelijk om nog circa 10 cm extra water op te zetten (de bovenste streepjeslijn). Dit peil wordt vooral ingesteld als de verwachting is dat er een langere periode van lage afvoeren aanbreekt in het voorjaar of de zomer; bijvoorbeeld als er weinig sneeuw in de Alpen ligt.
Op dit moment zijn de sneeuwhoeveelheden in de Alpen ongeveer gemiddeld, maar het was wel een relatief droge winter in delen van Duitsland en de waterstanden in de zijrivieren van de Rijn zakken in Duitsland na het laatste piekje ook alweer snel terug. Het is daarom niet onverstandig om misschien nu al een wat hoger peil aan te gaan houden. Mocht later toch weer een nattere periode aanbreken dan kan daar vooruit altijd wel weer een paar dagen extra gespuid worden om het peil wat te laten zakken.
In de figuur heb ik bovenaan in blauw de dikte van de waterschijf aangegeven die in deze periode door de rivieren dagelijks werd aangevoerd. Van 13 t/m 17 februari liep dat al wel langzaam op, maar de piek in het meerpeil die toen in korte tijd ontstond was het gevolg van de noordwestenwind. Vanwege de wind bleef het peil op 16 en 17 februari in de Waddenzee de hele dag boven NAP en er kon toen ca 48 uur niet gespuid worden. Dit leidde ertoe het IJsselmeerpeil ca 10 cm steeg en daarbovenop zorgde deze harde wind op 17 februari ook nog voor ca 20 cm peilopzet aan de oostkant van het meer.
Het kwam goed uit dat op 18 februari de wind naar het oosten draaide en het waterpeil in de Waddenzee meteen ver daalde. Er kon extra lang gespuid worden en het overschot in het IJsselmeer werd weer afgevoerd naar zee. Ondertussen was de afvoer van de IJssel langzaam verder gaan toenemen en steeg dankzij een zuidwestelijke wind het peil in de Waddenzee ook weer wat. De tijd dat er gespuid kon worden werd weer korter en het peil in het meer liep langzaam verder op. De stand is pas weer gaan dalen na de piek op 2 maart, toen zowel de aanvoer vanuit de IJssel snel afnam en de wind op zee zich rustig hield.
De afgelopen periode van 4 weken was zeker niet uniek: de afvoer uit de IJssel en Overijsselse Vecht bedroeg samen ongeveer 900 m3/s, maar bij een meer extreme hoogwatersituatie waarbij de Rijn zo’n 12.000 m3/s aanvoert (zoals in 1995 het geval was) en de Overijsselse Vecht ook een hoge afvoer heeft, dan kan dit ook het dubbele zijn. In die situatie stijgt het meerpeil ook dubbel zo snel, met ca 15 cm per dag. Mocht zo’n periode samenvallen met enkele dagen dat er niet of weinig gespuid kan worden, dan kan het meerpeil wel 1 m stijgen.
En als er dan ook nog een (noord)westerstorm opsteekt, en dat hoeft niet eens een heel zware te zijn, dan kan het peil aan de oostkant van het IJsselmeer daarbovenop in korte tijd nog 1 meter extra stijgen. Dit scenario is nog nooit opgetreden, maar een zo hoge rivierafvoer al wel een paar keer; dus is de kans zeker aanwezig dat het in de toekomst nogmaals gebeurt en dat het dan net wel een keer stormt.
Dit scenario is overigens nog niet eens het meest extreme waar door Waterschappen en Rijkswaterstaat rekening mee wordt gehouden. Voor de Rijn gaat men daarbij uit van een nog hogere afvoer(tot 16.000 m3/s). Via de IJssel levert dit samen met de Overijsselse vecht een nog ca 25% grotere aanvoer op in het IJsselmeer en daarmee een peilopzet van ca 20 cm per dag. Het is voor die situatie in combinatie met een zware storm dat de dijken rondom het IJsselmeer op voldoende sterkte moeten worden gebracht.
Alsof dat nog niet genoeg is moeten we in de verwachtingen voor de toekomst ook nog rekenen met een steeds sneller stijgende zeespiegel. Dat zorgt ervoor dat de tijd dat er bij de Afsluitdijk IJsselmeerwater naar de Waddenzee kan worden gespuid ook nog eens steeds korter wordt. Alleen al de huidige zeespiegelstijging zorgt ervoor dat per jaar er tijdens een laagwaterperiode gemiddeld een paar minuten korter gespuid kan worden. Wat dat op termijn voor gevolgen heeft, was in de winter van 23/24 al even te zien.
De IJsselafvoer was toen vrij hoog, met een afvoer die gemiddeld eens in de 10 jaar optreedt, en het was dagenlang hoogwater op de Waddenzee zodat er nauwelijks gespuid kon worden. Het peil van het IJsselmeer steeg toen extra ver zodat veel oeverzones met bv haventerreinen en (langs het Markermeer) ook buitendijks gelegen woningen overstroomden.
Om dit soort overlast het hoofd te bieden zijn medio 2024 zes grote pompen geïnstalleerd bij Den Oever, die een deel van het overschot aan water kunnen wegpompen naar de Waddenzee. Daarmee hebben we afscheid genomen van het principe om al het water onder vrij verval te kunnen spuien. Met de verdere stijgende zeespiegel in het vooruitzicht, zal de tijd van onder vrij verval spuien veder afnemen en zal nog veel meer pompcapaciteit moeten worden geinstalleerd om het IJsselmeerpeil binnen de perken te houden. Of we zullen moeten accepteren dat het peil soms wat verder stijgt dan we prettig vinden.