U bent hier

Langdurig droog weer en verder dalende waterstanden

Het voorjaar is dit jaar vroeg begonnen en daarbij lijkt ook meteen de voorjaarsdroogte begonnen te zijn, die de afgelopen jaren opvallend vaak optrad. Zover de weermodellen met enige betrouwbaarheid vooruit kunnen kijken, dat is zo'n 10 tot 14 dagen, staat er vrijwel geen neerslag op het programma en omdat de sneeuw in de Middelgebergten al grotendeels is gesmolten, hoeven de rivieren niet op extra water te rekenen.  De waterstanden zullen daarom de komende 14 dagen blijven dalen. In dit bericht leest u hoever de afvoeren en standen over een week of twee gedaald zullen zijn. 

In de rubriek Water Inzicht nog een terugblik op de hoogwatergolf in de Rijn van begin februari. Wat de afvoer betreft kwam deze golf op de 40e plaats van alle hoogwater sinds 1900. De waterstanden die bij Lobith gemeten werden laten echter een heel ander beeld zien.

Water van de Week

Hogedruk boven Europa domineert het weer in de stroomgebieden

In de afgelopen weken liet het weer zich van zeer uiteen lopende kanten zien. Eerst was het twee weken nat met veel neerslag, vrij hoge temperaturen en smeltende sneeuw in de Middelgebergten, daarna volgende een week erg koud weer en na een tussenweek met al wat hogere temperaturen staat ons nu een erg warme week te wachten. Terwijl er in Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland op 7 en 8 februari nog veel sneeuw viel, bleef het ten zuiden van ons, in de stroomgebieden, grotendeels droog.

De afgelopen week passeerden nog enkele bescheiden regengebieden, maar daar hoeven we de komende 10 dagen ook niet op te rekenen. En bij gebrek aan sneeuw in de Middelgebergten hoeven we vanuit die gebieden ook niet op smeltwater te rekenen. In de Alpen ligt nog wel veel sneeuw, maar dat smelt pas vanaf april. 

Het weer in West en Midden Europa wordt bepaald door een groot hogedrukgebied boven het continent en dit lijkt een standvastig exemplaar te worden. De komende weken blijft de weg daarom gesloten voor regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan. Alleen op vrijdag zou een zwak front over kunnen trekken, maar zonder al te veel neerslag en de rivieren zullen daar weinig van merken. Zelfs op lange termijn van meer dan 10 dagen lijkt de situatie niet te gaan veranderen, dus moeten we er rekening mee houden dat de waterstanden de komende 10 tot 14 dagen zullen blijven dalen. 

Rijn blijft dalen, maar de komende dagen even wat minder snel

De waterstand bij Lobith is al weer onder de 10,5 m gedaald en daarmee al weer 4 meter lager dan 2 weken geleden. De afvoer daalde van ca 7400 m3/s tijdens de piek op 9 februari naar iets onder de 3000 m3/s op dit moment.  De meeste uiterwaarden zijn al weer leeg gestroomd; alleen verder stroomafwaarts langs de Rijntakken zijn de lagere delen nog gevuld. Stroomafwaarts duurt het altijd wat langer voordat het water uit de uiterwaarden is verdwenen omdat de rivier daar ook minder snel daalt dan bovenstrooms.

Bij de IJssel duurde het dalen nog wat langer omdat deze riviertak ook smeltwater te verwerken kreeg vanuit het oosten van Nederland.  In de figuur hieronder is het afvoerverloop van Lobith (rode lijn) in de grafiek van Olst geplot (blauwe lijn). De eerste zes dagen daalt de afvoer bij Olst ongeveer net zo snel als bij Lobith, maar vanaf 17 februari gaat het bij Olst een paar dagen wat minder snel. Rond die tijd begon de sneeuw in Oost Nederland, waar 20 - 25 cm lag, te smelten en via enkele grotere beken (Oude IJssel, Berkel, Schipbeek en Twentekanaal) werd extra water naar de IJssel gevoerd.

Met de streepjeslijn is een schatting aangegeven van het verloop bij Olst als er geen extra aanvoer was geweest. Gemiddeld ging het om ca 50 m3/s extra die de IJssel te verwerken kreeg; geen grote hoeveelheid, maar voldoende om de uiterwaarden wat langer overstroomd te laten.

Smeltwater IJssel.jpg

Vergelijking van de afvoer in de Bovenrijn bij Lobith met die van de IJssel bij Olst. Vanwege de extra aanvoer vanuit Oost Nederland daalde de IJssel wat minder snel.
Vergelijking van de afvoer in de Bovenrijn bij Lobith met die van de IJssel bij Olst. Vanwege de extra aanvoer vanuit Oost Nederland daalde de IJssel wat minder snel.

Ook de Rijn kan de komende paar dagen wat extra water verwachten van smeltwater. De meest noordelijke zijrivieren van de Rijn, de Lippe en de Ruhr, ontspringen in het gebied waar op 7 en 8 februari veel sneeuw is gevallen en dat levert nu een paar honderd m3/s extra water op voor de Rijn.  In het stroomgebied van de Moezel en de Bovenrijn lag veel minder sneeuw, maar wat er lag is vanwege de hoge temperaturen snel gaan smelten en dit smeltwater passeert de komende dagen bij Lobith. 

De meeste sneeuw is echter al weer gesmolten en de zijrivieren van de Rijn zijn daarom al weer gaan dalen. Vandaag en morgen blijft de waterstand bij Lobith stabiel of stijgt heel licht rond de 10,5 m +NAP.  Vanaf dinsdag gaat de stand dan weer dalen; de eerste dagen met ca 15 cm per dag, vanaf begin maart afnemend naar ca 10 cm per dag. Op grond van de daling die na dinsdag inzet verwacht ik dat op zaterdag 27/12 de 10 meter weer onderschreden wordt en rond 3 maart de 9,5 meter.  De afvoer daarbij bedraagt respectievelijk 2600 en 2300 m3/s.

De kans is groot dat ook na 3 maart de waterstand nog verder blijft dalen en mogelijk dat zelfs de 9 meter rond 10 maart onderschreden wordt.  Tenzij het weer vanaf 5 maart omslaat en het weer natter wordt, maar voorlopig ziet het daar niet naar uit.

Maas daalt gestaag verder

Nadat op 7 februari de laatste piek gepasseerd was bij Maastricht, met een afvoer van bijna 1300 m3/s, is de afvoer eerst een dag of 10 gestaag gedaald tot een afvoer van ca 500 m3/s op 16 februari. Daarna is de verdere daling wat vertraagd omdat er een beetje smeltwater werd aangevoerd en op dit moment bedraagt de afvoer ca 450 m3/s. Dat is ongeveer de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar. 

De komende dagen zet de daling langzaam verder voort. Het smeltwater is op en regen wordt niet verwacht. Iedere dag verwacht ik dat de afvoer met zo'n 25 m3 daalt. Rond het volgend weekend zal de afvoer dan nabij de 300 m3/s zijn uitgekomen. Ook daarna zet de daling nog door, wel wat langzamer, en in die week is de kans groot dat ook de 250 m3/s zal worden bereikt. Een nieuwe stijging is tot in de eerste week van maart niet te verwachten omdat tot 5 maart geen verandering van de weersituatie wordt verwacht.

water inzicht

Wat de waterstanden betreft was het afgelopen hoogwater in de Rijn een middenmoter

Op 9 februari passeerde de piek van de recente hoogwatergolf met bij Lobith en afvoer van net geen 7.400 m3/s. Het was een flinke hoogwatergolf die opgebouwd was uit smeltwater en regenwater en de meeste uiterwaarden langs de Rijntakken overstroomden. Alleen enkele uiterwaarden met hoge zomerkaden werden droog gehouden. 

Vergeleken met alle eerdere hoogwatergolven sinds 1901, toen de metingen in Lobith zijn begonnen, kwam deze golf op de 40e plaats. Van de 39 golven die hoger waren, stegen er 36 tot boven de 7.500 m3/s, 27 tot boven de 8.000, 17 tot boven de 9.000 en 6 tot boven de 10.000 m3/s. Bij deze laatste 6 bevinden zich ook de hoogwatergolven van 1993 en 1995.

Het rivierengebied kan een hoogwater van deze orde prima aan. Sinds de maatregelen van Ruimte voor de Rivier zijn uitgevoerd is er ruimte voor een rivierafvoer van 16.000 m3/s en zelfs als er wat meer water zou passeren, gaat het waarschijnlijk niet meteen iets mis, want de dijken die de uiterwaarden begrenzen hebben vaak nog een ruime overhoogte. Een garantie dat het dan nog goed gaat is er echter niet.

In de figuur hieronder is de afvoer van alle jaren sinds 1901 afgebeeld. Ieder jaar is in deze figuur een afzonderlijk lijn. Op de horizontale as loopt de datum van 1 september tot 31 augustus. Op die manier wordt voorkomen dat het hoogwaterseizoen, dat altijd rond de jaarwisseling de hoogste standen bereikt, wordt opgeknipt. Vanaf begin november zien we in de grafiek de eerste grote hoogwaters die zijn opgetreden en het seizoen loopt tot eind mee. Rond de jaarwisseling zijn de hoogste afvoeren opgetreden. De recente golf is in rood weergegeven en valt middenin het hoogwaterseizoen. Deze golf komt tot een aanzienlijke hoogte, maar lang niet zo hoog als de meer extreme voorgangers.

Alle afvoeren.jpg

Afvoerverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde afvoer aangegeven.
Afvoerverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde afvoer aangegeven.

Aan de hand van de afvoer kan bepaald worden hoe bijzonder deze golf was. Met een 40e plaats in de ranglijst die 120 jaar beslaat, betekent dit dat een dergelijke golf gemiddeld eens in de 3 jaar optreedt. Voor de beleving van het water in het rivierengebied en of er zich problemen of overlast voordoen, is echter niet de afvoer, maar vooral de waterstand van belang. Als nu eenzelfde grafiek gemaakt wordt voor de waterstanden bij Lobith dan blijkt dat deze hoogwatergolf minder uitzonderlijk was dan op grond van de afvoeren mag worden verwacht. In de figuur hieronder is op een zelfde manier de waterstand van alle jaren sinds 1901 afgebeeld. Ook nu loopt de horizontale as van 1 september tot 31 augustus. De golf van februari dit jaar, die tot 14,53 m steeg, is in rood aangegeven.

Alle standen.jpg

Waterstandsverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde waterstand aangegeven.
Waterstandsverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde waterstand aangegeven.

Wat opvalt is dat de uitschieters naar boven minder groot zijn dan bij de afvoeren, maar dat wordt veroorzaakt door het feit dat een stijging van de afvoer in het lagere bereik een veel grotere verandering in de waterstand veroorzaakt dan bij een stijging in het hogere afvoerbereik. Als voorbeeld: wanneer de afvoer bij Lobith van 1000 naar 2000 m3/s stijgt, dan gaat de waterstand bijna 2 meter omhoog, terwijl als deze van 11.000 naar 12.000 m3/s stijgt de toename maar 35 cm bedraagt.

Wat verder opvalt is dat er veel meer hoogwatergolven zijn die hoger zijn geweest dan de golf van afgelopen februari. Sinds 1901 zijn er 95 hoogwaters geweest die hoger waren dan de afgelopen hoogwatergolf. Gemiddeld genomen komt bij Lobith een golf met een stand van 14,53 m  dus iets minder dan eens er jaar voor. De waterstand was daarom veel minder uitzonderlijk dan de afvoer.

De oorzaak voor het verschil heeft met 2 verschillende ontwikkelingen te maken. Enerzijds is de bodem van de rivier steeds lager komen te liggen. In de afgelopen 100 jaar al zo'n 2 meter en daarom past er meer water in de rivier en om dezelfde waterstand te bereiken is daarom een hogere afvoer nodig. Als we ongeveer 100 jaar terug gaan in de meetreeks dat blijkt dat een waterstand van 14,53 m +NAP toen al bij een afvoer van 5400 m3/s werd bereikt. Dat was een afvoer die ieder jaar wel voorkwam.  

Een andere ontwikkeling die de waterstanden heeft verlaagd is het project Ruimte voor de Rivier. Dat heeft meer ruimte gegeven aan de rivier om hoge waterstanden te verminderen en bij een hoogwatergolf zoals nu passeerde is dat effect ook al goed merkbaar. In de figuur hieronder is de waterstand aangegeven die bij Lobith in de loop van de afgelopen eeuw bij een afvoer van 7400 m3/s werd bereikt. Rond 1920 bedroeg de waterstand bij Lobith bij dezelfde hoeveelheid water die in februari passeerde nog ca 15,5.

Daarna is de stand die optreedt bij deze afvoer gestaag gedaald. De ruimte die de rivier zichzelf verschafte door de bodem uit te slijten, vertaalde zich bij 7400 m3/s in een steeds lagere stand. De laatste 10 jaar is er een versnelling zichtbaar. Dit is het gevolg van Ruimte voor de Rivier waardoor de stand nog wat extra snel omlaag is gegaan en inmiddels is de waterstand bij Lobith bij dezelfde afvoer bijna 1 meter lager dan een eeuw geleden.

Dit effect van lagere standen door bodemdaling van de rivier is vooral merkbaar in het meer bovenstroomse deel van het rivierengebied: ruwweg tussen Lobith en Zaltbommel langs de Waal en tussen Lobith en Wageningen langs de Nederrijn en tot Deventer langs de IJssel. De effecten van Ruimte voor de Rivier wisselen van plaats tot plaats en zijn ook afhankelijk van het type maatregel. Een verlaging van de kribben heeft namelijk een ander effect op de waterstanden dan een dijkteruglegging, nevengeul of zomerbedverdieping. De situatie bij Lobith is daarom niet een op een te vertalen naar alle andere plaatsen langs de rivier

Schermafbeelding 2021-02-21 om 11.56.48.png

Verandering gedurende de afgelopen 100 jaar in de waterstand die bij Lobith bij een afvoer van 7400 m3/s werd bereikt
Verandering gedurende de afgelopen 100 jaar in de waterstand die bij Lobith bij een afvoer van 7400 m3/s werd bereikt

De daling van de waterstanden heeft een aantal gevolgen. Enerzijds zijn er positieve effecten, want mensen die in de uiterwaarden wonen zullen minder vaak overlast hebben van het water waardoor ze hun huis bijvoorbeeld enige tijd niet kunnen bereiken en ook veerponten kunnen langer in de vaart blijven. Ook zal de kwel, het water dat onder de dijk door sijpelt en tuinen en kelders binnendijks onder een laagje water zet, veel minder vaak optreden dan vroeger.

Daar tegenover staan ook nadelen want de uiterwaarden overstromen veel minder vaak en drogen daardoor vaker en sneller uit dan vroeger, wat nadelig is voor de landbouw en de natuur die daar van afhankelijk is. Tenslotte heeft de lagere waterstand bij hogere afvoeren ook tot gevolg dat het water tot veel hogere afvoeren in het zomerbed blijft. Dat betekent dat de stroomsnelheden in het zomerbed daardoor gemiddeld toenemen en dat zorgt ervoor dat het uitslijten van het zomerbed nog sneller gaat verlopen en de problemen nog verder worden vergroot.

We hebben ons in Nederland de afgelopen 25 jaar intensief op het verminderen van de kans op een overstroming gericht in het rivierengebied, maar inmiddels wordt het misschien meer tijd om de bodemdaling van het zomerbed aan te pakken.